Het konijn

Bij het konijn komen in Nederland twee virusziekten voor met een (bijna altijd) dodelijke afloop: Myxomatose en RHD1. Eind 2015 is daar RHD2 bij gekomen, een variant op RHD1. Is uw konijn nog niet gevaccineerd, laat dit dan zo snel mogelijk doen.

Myxomatose

Het myxomatose virus kan worden overgebracht door stekende insecten (vooral muggen en steekvliegen, maar ook vlooien) en door direct contact.

De eerste symptomen zijn zwelling bij de ogen, mond en anus. Daarna ontstaan bulten op de oren, bij de mond en op de rug. Vervolgens krijgt het konijn longontsteking en zal uiteindelijk bijna altijd sterven. De variant die via direct contact wordt door gegeven geeft bijna geen huidzwellingen, maar wel dikke rode ogen en problemen met de ademhaling.

RHD1+2

RHD is een zeer besmettelijke en vaak dodelijke ziekte die veroorzaakt wordt door een calicivirus. De ziekte verspreidt zich voornamelijk via de urine van konijnen, maar kan ook op ander manieren overgebracht worden. Denk hierbij aan ontlasting, voederbakken en drinkflesjes, direct contact met een besmet konijn of stekende insecten.

Na besmetting kan het konijn binnen 1-2 dagen komen te overlijden. Het konijn wordt depressief, suf, eet niet meer, raakt benauwd, krijgt koorts en heeft echt pijn. In het laatste stadium van de ziekte zie je vaak schuimige bloederige neusuitvloeiing. Meestal sterft het konijn snel aan bloedingen in het lichaam. Het komt ook voor dat er helemaal geen symptomen zijn. Het konijn is hooguit een beetje rustiger en overlijdt dan ineens.

Vaccineren

De vaccins die wij gebruiken geven een jaar lang bescherming. Myxomatose komt het meest voor in de zomermaanden en de nazomer, dus uiterlijk in het voorjaar vaccineren is aan te raden. Vaccineren kan het hele jaar door, maar we hebben vier keer per jaar een speciaal tarief, namelijk de eerste maandag van elk kwartaal.

Hygiënische maatregelen om besmetting te voorkomen

Ruimtes waar mogelijke besmette konijnen zijn geweest dienen grondig gereinigd te worden met water en zeep en daarna gedesinfecteerd te worden. Voorbeelden van bruikbare desinfectiemiddelen zijn onder andere Virkon-S® en natriumhypochloriet. Deze zijn te koop bij dierenspeciaalzaken, agrarische winkels etc.

  • Voer geen (vers) gras of groente van buiten (moestuin) aan uw konijn. Kijk ook uit met het voeren van hooi of kuilvoer waarvan u vermoedt dat wilde konijnen erbij kunnen zijn gekomen.
  • Voorkom direct contact van uw konijn met konijnen uit het wild. Als er wilde konijnen in de buurt van uw huis voorkomen kunt u overwegen om uw konijn (tijdelijk) binnen te huisvesten. Neem ook geen zieke konijnen uit het wild mee naar huis.
  • Goede (hand)hygiëne is belangrijk om verspreiding van het virus te beperken; was uw handen extra goed met water en zeep vóór en na het voeren en verzorgen van uw konijn.
  • Pas op met besmette konijnenveldjes (besmet met urine van wilde konijnen). Via uw schoeisel kan het virus verspreid worden. Houdt u uw konijnen binnen? Wissel van schoeisel bij het naar binnen gaan. Houdt u uw konijnen buiten, bijvoorbeeld in een ren in de tuin? Dan kunt u daar het beste andere schoenen dragen dan dat u op straat draagt. Laat uw konijnen in ieder geval niet in contact komen met schoeisel waarmee u over mogelijk besmet terrein heeft gelopen.
  • Aangezien stekende insecten ook een rol kunnen spelen in de verspreiding, kan een goede insectenbestrijding ook bijdragen aan vermindering van het risico.
  • Laat bij acute sterfte onder uw konijnen een pathologisch onderzoek uitvoeren. Wij kunnen u hierbij adviseren.
  • Treft u dode wilde konijnen aan? Meld deze dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) via hun website.
  • 19.2