Introductie van katten

Als katten elkaar niet kennen is het niet verstandig ze direct bij elkaar te plaatsen. Dit kan namelijk tot agressie en intolerantie leiden. Het is beter om de katten rustig aan elkaar te laten wennen. Hieronder vindt u een stappenplan dat u kunt volgen om de katten te introduceren. De duur van deze introductie is afhankelijk van de achtergrond en de karakters van de katten.

Stap 1: De introductie voorbereiden

Richt een aparte kamer voor de nieuwkomer in, met een kattenbak, water, voer, slaapplek, schuilplek en krabpaal. Installeer zowel in de kamer als het andere deel van het huis een feromoonverdamper. Speciaal voor dit doel is Feliway® Friends ontwikkeld. Een dergelijke verdamper verspreidt kunstmatige feromonen. Dat zijn stoffen die katten zelf ook afscheiden en zorgen voor een gevoel van vertrouwen en veiligheid in de omgeving. Houd de nieuwkomer voorlopig apart en geef hem eerst de gelegenheid volledig vertrouwd te raken met de nieuwe omgeving. Als de kat op zijn gemak rondloopt en ook languit durft te liggen, kunt u door naar de volgende stap. Geef de katten F-lysine over het voer. Dit is een smakelijk poeder op basis van vismeel verrijkt met het aminozuur L-lysine. F-LYSINE ondersteunt het afweersysteem, vooral daar waar veel katten dicht samenleven of bij kortstondige stress.

Stap 2: Geuren introduceren

Verzamel met aparte doekjes de geur van de nieuwe en al aanwezige kat(ten) door ze ieder met een doekje te aaien, beginnend bij de wang, via de flank en eindigend bij de staartbasis. Bewaar ieder doekje apart in een plastic zakje met de naam van de kat erop. Als u de nieuwkomer gaat begroeten of eten gaat geven, wikkel dan het doekje van de andere kat om uw hand en bied de nieuwkomer kort uw hand aan om aan te ruiken. Als dit een angstige of agressieve reactie bij de nieuwkomer uitlokt, stop dan met het aanbieden van de geur. Angst herkent u aan platte oren en grote pupillen, agressie herkent u aan wegdraaiende oren, grommen of blazen. Bied bij meerdere katten in huis iedere geur apart aan de nieuwkomer aan en bied de al aanwezige kat(ten) op dezelfde wijze de geur van de nieuwkomer aan. Herhaal dit een aantal keer totdat de katten tegen uw hand met het doekje gaan wrijven of de geur negeren (geen angst of agressieve vertonen of gewoon weglopen). Ga dan door naar de volgende stap.

Stap 3: Geuren uitwisselen

Meng de geuren door de doekjes bij elkaar in een zak te doen en gebruik de doekjes met de gecombineerde geur op dezelfde manier als hierboven beschreven. Herhaal dit een aantal keer totdat de katten tegen uw hand met het doekje gaan wrijven of de geur negeren (geen angst of agressieve vertonen of gewoon weglopen). Aai de katten nu om en om zonder doekje en herhaal dit totdat alle katten tegen uw hand wrijven of de geur negeren (geen angst of agressieve vertonen of gewoon weglopen). Ga dan door naar de volgende stap.

Stap 4: Verkenning starten en positieve associaties vormen

Bied de nieuwe kat nu regelmatig de mogelijkheid om de rest van het huis te onderzoeken, terwijl de andere kat(ten) opgesloten wordt (worden) in de ruimte van de nieuwkomer. Gebruik bij het wisselen van kamers een derde ruimte als tussensluis zodat voorkomen wordt dat de katten elkaar tegenkomen. Leg een positieve associatie tussen de katten door regelmatig iets heel lekkers aan beide zijden van de dichte deur aan te bieden. Begin op een afstand waarop alle katten rustig eten en geen agressie of angst vertonen. Bied het lekkers vervolgens per sessie iets dichter bij de deur aan. Als de katten niet eten of angst of agressie vertonen, moet het lekkers (weer) wat verder van de deur worden aangeboden, op een afstand waarbij de katten wel ontspannen zijn en hun eten aannemen. Ga door naar de volgende stap als het lekkers dicht bij de deur gegeven kan worden en de nieuwe kat vertrouwd is met de rest van het huis.

Stap 5: Onder toezicht bij elkaar laten

Geef de katten nu tijdens de eetsessies zicht op elkaar, maar voorkom dat ze elkaar kunnen aanvallen. Dit kan door een glazen deur of een hordeur te gebruiken. Als beide niet mogelijk zijn dan kan de deur op een kier gezet worden. Begin in eerste instantie weer op ruime afstand van de (hor)deur en maak na het eten het zicht direct onmogelijk. Bied het lekkers vervolgens per sessie dichter bij de glazen deur of hordeur aan. Belangrijk is dat de katten rustig eten en geen agressie of angst vertonen. Ga hiermee door totdat de beloning dicht bij de (hor)deur of deurkier gegeven kan worden. Laat de katten nu onder toezicht bij elkaar en bouw de periode samen geleidelijk op.

Stap 6: Sociale stress minimaliseren

Zorg voor een inrichting die het de katten mogelijk maakt elkaar uit de weg te gaan. Dit kan door voldoende water- en voerstations, slaapplekken en kattenbakken op verschillende plekken in huis aan te bieden en te zorgen voor meerdere hoge plekken en schuilplaatsen op verschillende locaties. De katten kunnen elkaar dan altijd vermijden als ze willen.

Niesziekte bij de kat, onze ervaring in de dierenkliniek

Ernstige ontstekingen op de tong, ontstoken tandvlees rond de tanden en kiezen, ziek door een gevaarlijke longontsteking. Wilt u dit bij uw kat??

Bovenstaande symptomen zien wij regelmatig in onze dierenkliniek. En niesziekte speelt bijna altijd een belangrijke rol hierin. Daarom is ons dringend advies: laat uw kat jaarlijks door ons vaccineren tegen niesziekte met Nobivac tricat of ducat.

Bij jonge door niesziekte geïnfecteerde kittens van niet gevaccineerde moederpoezen zien we andere symptomen: pusachtige neusuitvloeiing, ontstoken ogen met pus, die daardoor soms zelfs dichtgeplakt zijn en ogen met wondjes erop. Zo’n kitten voelt zich dan vaak zo ziek, dat ze stopt met eten en drinken en erg verzwakt. Vaak kunnen we deze kittens er nog wel bovenop krijgen met antibiotica injecties en oogzalven maar sommige redden het niet. Als een kat als kitten zo’n infectie heeft doorgemaakt, blijft hij (of zij) zijn (of haar) leven lang last hebben van slepende, chronische niesziekte.

Enten dus!!!

Voor kattenpensions / asiels met niesziekte problemen hebben we een protocol gemaakt om deze ziekte te bestrijden.

De verwekkers van niesziekte

De verwekker van niesziekte bij de kat is het Feline Herpes virus (FHV) en/of het Feline Calicivirus al dan niet in combinatie met de bacterie Bordetella Bronchiseptica.

Feline Herpesvirus (FHV) 

Geeft vaak ernstige ziekteverschijnselen, dit kan enkele weken duren. Sommige katten blijven hierna tekenen van infectie houden, bijvoorbeeld chronische ontsteking van het neusslijmvlies. Deze katten niezen veel en hebben dan meestal neusuitvloeiing. Bij aangetast weefsel kan een bacterie makkelijker een infectie veroorzaken, waardoor de ogen, sinussen en diepere luchtwegen bacterieel geïnfecteerd kunnen raken. Antibiotica helpt hiertegen tijdelijk, maar kan het onderliggende virus niet aanpakken. Het herpesvirus blijft in het lichaam van de kat en kan weer (soms zeer geringe) klachten geven bij een weerstands-vermindering. Je kunt het vergelijken met een koortslip bij de mens (ook een herpesvirus).

Feline Calicivirus 

Geeft vaak een milder verloop van niesziekte, met minder neusuitvloeiing. Soms komen beschadigingen op de tong, gehemelte of neus voor. Bij jonge kittens geeft het calicivirus soms kreupelheid en koorts. De virussen worden uitgescheiden via de tranen, speeksel en neusuitvloeiing van zieke katten. Ook na herstel kan een dier nog maanden (soms levenslang) het Calicivirus bij zich dragen en andere katten besmetten. Let wel: 10-40% van alle katten is drager van dit virus.

De meeste katten die niesziekte overleven worden ‘dragers’. Deze vertonen geen tekenen van ziekte, maar verspreiden het virus via speeksel, traanvocht, en neusuitvloeiing. Dit gebeurt niet continu, maar af en toe. Door stress kunnen dragers het virus weer gaan uitscheiden.

Behalve door direct contact, kunnen de virussen ook overgedragen worden via de omgeving, handen en kleding. Het Calicivirus kan wel 10 dagen buiten de kat overleven. Katten die nooit in contact komen met andere katten, kunnen op die manier toch niesziekte krijgen. We raden daarom aan om alle katten te enten, ook de katten die nooit buiten komen.

Wilt u uw kat in laten enten? Bel ons gerust voor een afspraak!

Mijn kat vertoont afwijkend plasgedrag

Afwijkend plasgedrag bij katten komt veel voor, zoals:

  • sproeien
  • op plaatsen buiten de kattenbak plassen
  • veel aandrang hebben (persen) terwijl er niets of weinig komt
  • bloederige urine
  • overmatig likken aan de schaamstreek.

Normale situatie

Een psychisch en fysisch gezonde kat plast op de kattenbak zodra de blaas vol is. Door de verhoogde druk in de urineblaas zal de blaasafsluitspier (sfincter) ontspannen en zullen de spieren in de blaas zich samentrekken waardoor de kat gaat urineren. Als de blaas vol is ontspannen de spieren in de blaaswand zich weer en de blaasafsluitspier trekt zich samen; de blaasuitgang is dicht en de blaas kan zich weer geleidelijk aan vullen.

Waarom ontstaat afwijkend plasgedrag?

In het ontstaan van dit afwijkende gedrag kunnen enerzijds fysieke problemen van de blaas en/of plasbuis (urethra) een rol spelen, maar ook stress. Het is lang niet altijd mogelijk de ene dan wel de andere als oorzaak aan te wijzen. Vaak spelen ze samen een rol. Wij denken dat stress (de psyche) een rol kan spelen in het ontstaan van een blaasontsteking (fysieke). Het ene loopt dus enigszins in het andere over.

Het fysieke: de blaasontsteking(FLUTD)

De term FLUTD (Feline Lower Urinary Tract Disease) wordt meer gebruikt om de blaasontsteking aan te duiden, met alle facetten die daarbij komen kijken. Lower urinary tract is de blaas en de plasbuis. Bij een blaasontsteking gaat de PH van de urine omhoog (wordt basisch), waardoor de in de urine opgeloste zouten de neiging hebben neer te slaan. Er ontstaan dan kristallen in de urine, die we zelfs tijdens het maken van een echo-opname van de urineblaas kunnen zien dwarrelen. Meestal zijn dit kristallen van het type ‘struviet’. Deze kristallen kunnen ‘samenklonteren’ tot een blaassteen. Het woord zegt het al: deze steen bevindt zich in de urineblaas. Bij de kater kunnen deze kristallen ook een verstopping van de penis veroorzaken en wel om de volgende reden: de plasbuis, die bij de blaasuitgang begint, is in het voorste (eerste) deel vrij wijd. Ongeveer ter hoogte van de achterrand van het bekken wordt deze plasbuis opeens heel nauw. En bij deze vernauwing veroorzaken deze kristallen vaak verstopping. Er zit vaak een hele plug van kristallen in het laatste (nauwe) deel van de penis van de kater. Katers met een verstopte penis zijn meestal gecastreerde katers (de penis van deze castraten is immers kleiner) en noemen we ‘plaskaters’. Als deze plaskaters niet snel van hun probleem afgeholpen worden dan ‘vergiftigen’ zij zich omdat ze de afvalstoffen niet kwijt kunnen. Ze worden sloom, stoppen met eten, ademen sneller en braken.

Het psychische: de stress

Een verandering in de leefomgeving van een kat kan resulteren in stress. Zoals eerder uitgelegd, kan dit resulteren in afwijkend plasgedrag. Een kat of hond erbij (in huis, maar ook rondom het huis) en veranderingen in de gezinssituatie, kunnen redenen zijn tot afwijkend plasgedrag. Zelfs het feit dat een van de katten in de groep ziek is geweest en weer hersteld is kan onrust in de groep veroorzaken waardoor een andere kat afwijkend plasgedrag gaat vertonen. Een voor ons ogenschijnlijk minieme subtiele verandering in rangorde kan voor een kat dus een grote stressor zijn.

Overige factoren van invloed

Bij katers komt het even vaak voor als bij poezen. Tussen het tweede en zevende levensjaar komt het afwijkend plasgedrag het meeste voor. Binnenkatten met overgewicht zijn een risicogroep en het probleem komt meer voor in de winter en het voorjaar. Als een kat eenmaal een keer afwijkend plasgedrag heeft laten zien, is de kans op herhaling groot (30-70%).

Hoe kom je van het probleem af?
Blaasontsteking

Antibiotica en NSAID-ers geven slechts in het acute stadium een kortdurende oplossing. Voerfabrikanten zijn meesters gebleken in het maken van zogenaamde blaas-diëten. Dit zijn voeders die er voor zorgen dat blaasontsteking onderdrukt wordt en dat de kristallen geen kans krijgen te ontstaan. Dus blaas-diëten zijn de oplossingen op langere termijn. Een verstopte penis wordt door de dierenarts opengespoeld. Dit gebeurt onder een licht roesje. Mocht het zo zijn dat ondanks het blaas-dieet de penis vaak dicht gaat zitten, dan kunnen we ‘de penis amputeren’. Hierbij wordt het nauwe (achterste) gedeelte van de penis losgeprepareerd van de omgeving en opengeklapt tot aan het wijde deel van de penis. De opengeklapte penispunt hechten we dan vast aan de huid, zodat er een mooie plasgoot ontstaat. De prognose van deze operatie is goed: verstopping komt dan niet meer voor. Als er sprake is van een blaassteen (op een röntgenfoto of op de echo te zien) wordt deze operatief verwijderd. Het is altijd belangrijk een goed blaas-dieet te blijven voeren. Het beste effect krijg je door niets erbij te voeren. In ons assortiment hebben we Hill’s Feline c/d, c/d Low Calorie, s/d, w/d en Royal Canin Urinary. Verder is van belang dat uw kat voldoende drinkt. Kraanwater is niet het favoriete water. Water uit de vijver, regenwater of bronwater zonder koolzuur drinkt een kat veel liever. Water laten stromen verhoogt de wateropname ook nog wel eens.

Stress

In onze kliniek hebben we een checklist van zaken die stress bij uw kat kunnen veroorzaken. Het nalopen en veranderen van deze zaken geeft vaak al een hele verbetering. Verder kunt u sedatiemiddelen inzetten. Dit zijn lichte slaapmiddelen waardoor uw kat rustiger wordt. Dan heb je nog de speeltjes, bijvoorbeeld de producten van Kong. Verder is er ook nog Feliway, in spray en in de vorm van een verdamper. Feliway is een feromoon waardoor een kat rustig wordt. Matatabi-stokjes doen in sommige gevallen wonderen.

Heeft uw kat een afwijkend plasgedrag? Bel ons gerust voor een afspraak! 

Kat met artrose

Een enorme groep katten met artrose in Nederland zit met een groot probleem. De symptomen zijn lastig te herkennen voor hun eigenaar, en deze groep patiënten komt niet altijd regelmatig bij de dierenarts. Daarom lopen veel katten met pijn onbehandeld door.
 
De Artrosepoli ontwikkelde de katten artrose test zodat artrose bij de kat makkelijker te herkennen is.  En welke behandelingen zijn er dan mogelijk? Er zijn de laatste jaren veel nieuwe aanvullende behandelingen getest en in opkomst. Daarmee kan de kat met artrose nog vele jaren zonder pijn leven. 

Hoe groot is het probleem?

​Artrose is een ander woord voor slijtage van de gewrichten. Dit kan in alle gewrichten voorkomen, maar wij zien de aandoening het vaakst in de rug, heup, knie, elleboog en schouder van de kat. Als artrose op gang komt in een gewricht, verergert dit altijd. 

De afgelopen 5 jaar werd bekend dat een groot deel van onze katten artrose heeft, waardoor ze een verminderde kwaliteit van leven hebben. Afhankelijk van de studie die we bekijken, hebben minimaal 26% tot maximaal 90% van alle katten boven de 6 jaar artrose. Bij katten van 14 jaar en ouder hebben 82% aanwijzingen voor artrose. 

Symptomen bij de kat

Opvallend is dat katten met artrose meestal niet mank lopen (slechts in 4-17% van de gevallen). Bij de hond en de mens met artrose komt dit symptoom juist veel voor. Daardoor weten veel eigenaren van katten met artrose niet dat de kat pijn heeft. 

Opvallend voor katten met artrose zijn de gedragsveranderingen. Waarbij het vooral opvalt dat katten vaak minder actief zijn en minder goed kunnen springen dan vroeger. Hij gebruikt zijn krabpaal anders en gaat soms minder graag de trap op. De kat blijft vaker in de mand of op de vensterbank, springt minder en speelt niet zo veel meer. Kwam hij vroeger graag op het aanrecht, nu niet meer. Andere symptomen zijn minder goede vachtverzorging, sommige katten plassen naast de bak, minder aardig naar andere katten en de eigenaar, een ‘grumpy cat’.

Katten artrose test

Er lopen dus veel katten rond die ongemerkt last hebben van pijn door artrose. Om het voor katten eigenaren makkelijker te maken artrose bij hun kat te herkennen, ontwikkelden we de Katten artrose test.  Met deze online tool kunt u met een paar simpele vragen meer informatie krijgen over artrose en de kans dat uw kat er last van heeft. 

Bron: MC voor Dieren.
Auteur: Roelof Maarschalkerweerd, Specialist Chirurgie der gezeldschapsdieren, Orthopeed

  • 19.7